VVD - PROGRAMMA  Gemeentelijk liberaal 2006 – 2010. (kunt u downloaden)
 
 
LIBERALE BEGINSELEN

Het individu en de vrije omgang tussen mensen staan voorop. De VVD gelooft in de kracht van het individu. Verantwoordelijkheden horen op de juiste plaats, dat geldt voor overheden en voor burgers. De VVD is voor bestuurlijke helderheid en is tegen onterechte afwenteling. De overheid zorgt er voor dat de burgers vrij met elkaar kunnen verkeren door de algemene veiligheid te beschermen. Veiligheid is voor de VVD de eerste prioriteit. De gemeenschap draagt er zorg voor dat niemand ondanks eigen schuld in vernederende armoede hoeft te leven en dat ieder zich vrij kan ontwikkelen. De VVD is sociaal. Het individu kan niet bestaan zonder vrijheidsrechten. De overheid garandeert deze en komt op voor de burger zodra ze worden geschonden. Het gaat de VVD om de vrijheid. Vertrouwen is de basis voor een goed bestuur. Wie dat beschaamt moet weg. De VVD staat voor een betrouwbaar bestuur. Voor de VVD is de burger de baas.



1. ALGEMEEN BESTUUR EN VEILIGHEID.
 

1.1 Politieke cultuur.

Volksvertegenwoordigers van de VVD staan met beide benen in de samenleving. Zij geven in de eerste plaats richting aan het beleid. Het is van groot belang burgers daarbij op de juiste manier te betrekken. De VVD wil op alle manieren bijdragen aan een verbetering en versterking van de lokale democratie. Hoorzittingen, wijkdagen en het burgerinitiatief kunnen bijdragen aan de betrokkenheid van de burgers bij het bestuur. De reeds ingeslagen weg van de burgerparticipatie wordt door de VVD omarmd en die zal aan de vorming en toepassing actief bijdragen.

Integriteit van het openbaar bestuur staat voor de VVD bovenaan. De VVD is voorstander van maatschappelijke nevenfuncties, maar stelt daaraan nadrukkelijk de eis dat de integriteit niet in het geding mag komen. De VVD bevordert de discussies over en de toepassing van gedragscodes binnen de Gemeenteraad en het College van Burgemeester en Wethouders

1.2. Bestuur.

Dualisme (in dit geval de scheiding van verantwoordelijkheden tussen de Gemeenteraad en het College van Burgemeester en Wethouders) is voor de VVD een middel om de taken binnen het gemeentebestuur helder te onderscheiden en raadsleden de mogelijkheid te geven zich nog meer te richten op hun taak als volksvertegenwoordiger. Dualisme mag geen aanleiding zijn voor het opzetten van een eigen, omvangrijk ambtelijk apparaat en extra bureaucratie tussen Gemeenteraad en College van Burgemeester en Wethouders.

1.3 Communicatie, dienstverlening en ICT.

Communicatie vanuit de gemeente met de burgers is van groot belang. Door middel van ICT-toepassingen kan de dienstverlening aan de burger worden verbeterd. Dienstverlening richting burgers moet toegankelijk en helder zijn. Ten behoeve van snelle dienstverlening en vermindering van bureaucratie creëert de gemeente een éénloketfunctie. Naast het creëren van een fysieke éénloketoplossing opent de gemeente een digitaal loket, waar burgers en bedrijfsleven rechtstreeks antwoord kunnen krijgen op hun vragen, maar waar zij ook diensten kunnen afnemen en afspraken kunnen maken. De VVD denkt aan één algemeen telefoon-nummer voor burgers, waarbij vragen over de lokale overheid en zaken als overlast snel kunnen worden behandeld of beantwoord.

1.4 Deregulering en vermindering van bureaucratie.

Bureaucratie scoort hoog als het gaat om ergernissen bij de burger. De VVD geeft aan vermindering van de bureaucratie prioriteit. De realisering daarvan door het gemeentebestuur moet inzichtelijk en afrekenbaar worden gemaakt. Eén collegelid heeft de coördinatie hiervan. Regels en procedures die lokaal tot stand komen, dienen uitvoerbaar EN handhaafbaar te zijn.

Als regelgeving niet handhaafbaar is dan dient deze naar de mening van de VVD dan ook te worden afgeschaft. Ook overbodige vergunningen dienen niet in stand te worden gehouden.

1.5 Personeel en organisatie.

De VVD is voorstander van een slank, daadkrachtig, flexibel en integer ambtelijk apparaat. Hiertoe zal voortdurend de omvang van het ambtelijk apparaat kritisch worden bezien en niet alleen ten tijde van bezuinigingen. Verder moet de gemeente geen taken uitvoeren, die even goed of beter door derden kunnen worden uitgevoerd.

1.6 Openbare orde en veiligheid.

 Eén van de belangrijkste kerntaken van de overheid is het waarborgen van de veiligheid van haar burgers. Zonder veiligheid is er immers geen goede samenleving mogelijk. Aan de Burgemeester is hierbij een belangrijke rol toegedeeld. De VVD is voorstander van een (kei)harde aanpak van diegenen, die de veiligheid en de openbare orde verstoren.

6.1 Politie.

Winkelcriminelen, (jeugdige) veelplegers en voor overlast zorgende hangjongeren verdienen geen respect en tolerantie is niet op haar plaats. Naast repressie is natuurlijk ook preventie van groot belang, waarbij de VVD denkt aan de rol van jeugdzorg, het jeugdbeleid, de verslavingszorg, het onderwijs maar bovenal ook de ouders. Zij – de ouders – zijn ook de eerstverantwoordelijken.

De VVD vindt het daarom jammer dat de Raad noch de Burgemeester direct invloed kan uitoefenen op de regionale politie in West-Friesland.

De VVD vindt 1 wijkcoördinator voor de gehele gemeente Stede Broec te weinig en wil dat er 1 agent per dorpskern beschikbaar komt.

De VVD wil daarom een versterking van de invloed van de Gemeenteraad op het optreden en de prioriteiten van de politie. Lokale volksvertegenwoordigers hebben immers het beste zicht op het daadwerkelijke resultaat op straat.

1.6.2 Brandweer, rampenbestrijding.

Een zorgvuldige risicoanalyse moet de basis zijn van brandweerzorg en rampenbestrijding. De vergunningverlening moet daar vervolgens op worden afgestemd. De veiligheid van de burger staat daarbij te allen tijde voorop. De eigen verantwoordelijkheid en gezond verstand van de burgers en ondernemers blijven een vereiste, waarbij voor de gemeentelijke overheid handhaving centraal staat. Bij nalatigheid moet er direct daadwerkelijk worden opgetreden.

De VVD vindt dat plaatsen waar (grote) groepen mensen bij elkaar (kunnen) komen streng dienen te worden gecontroleerd op (brand)veiligheid en dit dient ook te worden gehandhaafd. Eventueel moet tot (tijdelijke) sluiting worden overgegaan. Ook de opslag van (sier)vuurwerk dient regelmatig zeer streng te worden gecontroleerd.

De inzet van vrijwilligers bij de brandweer is een onmisbaar element. Versterking van de kwaliteit van de brandweerzorg moet worden doorgezet. Dit wordt ondermeer bereikt door verbetering van de regionale structuren. De lokale autonomie en identiteit moeten echter behouden blijven.

De VVD vindt dat er voldoende financiële middelen beschikbaar dienen te zijn om de taken die daaruit voortvloeien goed te kunnen uitvoeren. De VVD vindt dat de betrokken vrijwilligers om goed te kunnen blijven functioneren een passende opleiding dienen te krijgen alsmede een goede vergoeding voor hun werkzaamheden.

2. VERKEER EN VERVOER.

De steeds toenemende mobiliteit van de mens en dus ook van onze inwoners is een gegeven. Slechts door een integraal pakket maatregelen kan deze mobiliteit in goede banen worden geleid. De auto wordt bij gebrek aan reële alternatievendoor de VVD beschouwd als onmisbaar vervoermiddel in onze regio.

Het verkeer- en vervoersbeleid is onlosmakelijk met het ruimtelijk beleid verbonden. Bij de ruimtelijke planning moeten infrastructurele consequenties direct in beeld worden gebracht. De VVD vindt bestuurlijke afstemming tussen deze twee beleidsterreinen essentieel.

Bij de planning van locaties voor woningen, bedrijven, kantoren en recreatieve voorzieningen dient de bereikbaarheid als een belangrijk criterium te (gaan) gelden. Gelet op de schaarse ruimte meent de VVD dat het ondergronds parkeren van de auto uitgangspunt van beleid moet worden. De VVD denkt hierbij o.a. aan een mogelijkheid voor een parkeergarage onder het voormalige postkantoor aan de Hoofdstraat bij de nadere invulling van deze plek. Een driedeksparkeergarage, deels onder gronds, op het terrein tussen de Middenweg en het spoor is ook een mogelijkheid.

2.1 Infrastructuur

De kwaliteit en de beschikbaarheid van infrastructuur is een randvoorwaarde voor een goed verkeers- en vervoersbeleid. De VVD vindt daarom dat een meerjarig onderhouds- en investeringsprogramma aan de raad moet worden voorgelegd. Met andere overheden dienen afspraken gemaakt te worden over investeringen in verbindende infrastructuur.

Zeer velen van onze inwoners verrichten hun dagelijkse werkzaamheden (ver) buiten onze gemeentegrenzen. Daarom dient er te worden gezorgd voor zodanig goede wegen, dat men goed, veilig en snel naar en van het werk kan reizen.

De VVD is voorstander van het aanpassen van de huidige hoofdverkeerswegen (N302 en N506) aan de bestaande en de toekomstige verkeersdruk. De VVD wil zich aansluiten bij de onderzoeken en voorstellen van de provincie hierover.

Om inwoners te stimuleren bij het woon-/werkverkeer gebruik te maken van het openbaar vervoer vindt de VVD dat er meer (extra) treinen dienen te rijden tussen Enkhuizen en Amsterdam, met name in de ochtend- en avondspits. Als dit door het huidige spoor niet mogelijk is, moet volgens de VVD het spoor tussen Enkhuizen en Hoorn worden verdubbeld.  

In woonstraten binnen woonwijken geldt een 30-km-regime. Een goede fysieke inrichting is daarvoor de basis. De VVD denkt daarbij echter niet op de eerste plaats aan drempels, maar meer aan minder lange rechte stukken of wegversmallingen.

3. ECONOMISCHE ZAKEN.

Gezond lokaal economisch beleid dient gestoeld te zijn op samenwerking en gestructureerd overleg tussen en met gemeenten, het bedrijfsleven en relevante organisaties. Stads- en dorpspromotie zijn belangrijke instrumenten ter bevordering van de lokale economie.

In onze omgeving moet er ruimte blijven voor een gezonde agrarische sector, die zich kan ontplooien binnen de randvoorwaarden die rijk, provincie en gemeenten hebben geformuleerd.

De land- en tuinbouw zijn naast andere maatschappelijke sectoren belangrijke dragers in het landelijke gebied. Rondom de agrarische bedrijfsuitoefening verdienen, naast de economische ontwikkeling, ook nieuwe vormen van natuur- en landschapsbeheer de aandacht.

Bij bestemmingsplannen voor het buitengebied dienen de specifieke belangen van de agrarische sector te worden betrokken. Er moeten voldoende mogelijkheden zijn voor bedrijfsbebouwing en voor functiewijziging van leeggekomen bedrijfsgebouwen in de bestemmingsplannen, mits dit landschappelijk inpasbaar gebeurt en geen milieuverzwaring met zich meebrengt. Hierbij dient wel onderscheid te worden gemaakt tussen de bestemmingsplannen binnen en buiten de bebouwde kom en dient er ook rekening te worden gehouden met het bestaande beleid.
De woonfunctie in het buitengebied mag geen belemmering zijn voor de normale agrarische bedrijfsvoering. De milieuwetgeving moet op dit punt worden aangepast.

Bestemmingsplannen t.a.v. winkel-, kantoren, horeca- en andere bedrijfsconcentraties moeten flexibel zijn, zodat bij veranderende omstandigheden leegstand wordt voorkomen.

4. ONDERWIJS.

Onderwijs en scholing zijn de belangrijkste pijlers, waarop de ontwikkeling van jonge mensen tot zelfstandige, mondige burgers rust. Met als resultaat dat zij als volwaardige en gelijkwaardige leden kunnen deelnemen aan onze complexe samenleving. Hoewel opvoeding in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de ouders is, horen normen en waarden ook aandacht te krijgen binnen het onderwijs.

Uitbreiding van scholen kan en zal alleen plaatsvinden na uitgebreid en gedegen onderzoek naar de noodzakelijkheid daarvan. Ook dient gekeken te worden naar een betere invulling en gebruik van de reeds beschikbare ruimten. Een meerjarig onderhoudsplan dient te worden aangeboden aan de raad, zodat we niet met onverwacht grote kosten worden geconfronteerd.

4.1 Primair onderwijs.

Het basisonderwijs moet tot de wijkvoorzieningen worden gerekend. Scholen horen goed bereikbaar te zijn. Door meer gebruik te maken van de schoolgebouwen buiten de schooltijden worden zowel sociale samenhang als sociale controle bevorderd.

De primaire bemoeienis van de gemeente zit in het handhaven van de leerplicht, de kwaliteit van de voorzieningen en gedeeltelijke bekostiging van activiteiten en bestrijding van achterstanden bij leerlingen.

De VVD is voorstander van de Brede School. De keten consultatiebureau, peuterspeelzaal, kinderopvang en basisschool is essentieel voor een goed onderwijs- en jeugdbeleid.

4.2 Voortgezet- en beroepsonderwijs.

De schaalvergroting in het onderwijs heeft ouders en leerlingen niet louter voordelen opgeleverd. Met name de herkenbaarheid en de bereikbaarheid hebben hieronder geleden. De VVD pleit voor kleine(re) herkenbare eenheden binnen het Martinus College.

4.3 Zorg en kansen.

Scholieren moeten zich in een veilige omgeving maximaal kunnen ontplooien tot verdraagzame mensen met verantwoordelijkheidsbesef en respect voor ieder individu.

De gemeente speelt een duidelijke rol bij het bestrijden van schooluitval, schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten.

Gehandicapte kinderen dienen zoveel mogelijk het reguliere onderwijs te volgen. Zorg en aandacht voor zwakkere leerlingen is voor de VVD essentieel. Echter ook leerlingen die meer in hun mars hebben, verdienen in het onderwijs extra aandacht.

De VVD hecht grote waarde aan het creëren van meer kansen voor kinderen met een onderwijsachterstand. Het accent ligt daarbij op de voor- en vroegschoolse educatie. De beheersing van de Nederlandse taal dient topprioriteit te krijgen. Evenals de kennis van cultuur bevordert dit de integratie.

5. CULTUUR EN SPORT.

5.1 Cultuur

De gemeente voert wat de VVD betreft een cultuurbeleid dat gericht is op behoud en beheer van het culturele erfgoed en het scheppen van een klimaat waarin nieuwe culturele ontwikkelingen gedijen. Een monumentencommissie komt daarbij goed van pas.

De VVD is van mening dat het voormalige postkantoor opgenomen dient te worden in de verdere nog uit te voeren centrumplannen. Men denke daarbij dat de voorgevel blijft bestaan en  de mogelijkheid om onder het postkantoor een parkeergarage te realiseren wordt onderzocht. Gezien de waarde die deskundigen het gebouw toedichten, dient het gebouw zowel van binnen als van buiten te worden hersteld. Het uitgangspunt hierbij is steeds dat het gebouw voor “dagelijks gebruik” behouden blijft.

Op het terrein van de openbare bibliotheek heeft de gemeente een specifieke taak in aanvulling op rijks- en provinciaal beleid.
Openbare gebouwen zoals het gemeentehuis lenen zich vaak goed voor het houden van exposities. Door die locatiekeuze wordt kunst dichter bij het publiek gebracht.
Onze culturele verworvenheden dragen we aan jongeren over. Kennis en belangstelling voor kunst en cultuur dienen door onderwijs- en kunstinstellingen gestimuleerd te worden.
Amateuristische kunstbeoefening is van belang voor zowel een zinvolle vrijetijdsbesteding als voor het vergroten van de participatie aan het culturele leven.

De VVD vindt dan ook dat bestaande culturele activiteiten zo veel mogelijk in stand gehouden dienen te worden waarbij zelfwerkzaamheid en zelfredzaamheid van groot belang zijn. De VVD denkt hierbij aan de muziek- en fanfarekorpsen, harmonieën, toneelverenigingen, muziekschool en dergelijke.

De VVD is van mening dat iedere kern zijn eigen dorps- of gemeenschapshuis moet hebben waar de verenigingen van het desbetreffende dorp een thuisbasis vinden en hun activiteiten daar verder kunnen ontplooien.

De VVD zou graag zien dat er binnen onze gemeente ruimte wordt gemaakt voor de vestiging van een bioscoop. De VVD is ook voorstander van uitbreiding van horeca-ondernemingen met een verscheidenheid aan aanbod.

5.2 Sport.

Sportbeoefening is een belangrijke activiteit en het bevordert de volksgezondheid. In het algemeen draagt het bij aan de individuele ontplooiing en is het een maatschappelijk bindmiddel. Sport activeert mensen, vormt van jongs af aan normen en waarden (fair play) en voorkomt criminaliteit. Sport is een van de schakels binnen het jeugd- en jongerenbeleid.

De VVD wil dat de gemeentelijke sportvoorzieningen van goede kwaliteit zijn en blijven. Dit vereist zowel investeringen als goed beheer. Aan alle gebruikers van de sportvoorzieningen mag een redelijke bijdrage worden gevraagd. Hierbij is een zorgvuldige benadering nodig om ervoor te zorgen dat iedereen kan sporten. Sport en sportdeelname bevorderen de integratie; daarom moet sportdeelname worden gestimuleerd. De VVD ondersteunt daarom projecten ten behoeve van doelgroepen als jongeren, ouderen, gehandicapten en allochtonen en de scholierensport. Deze vormen volgens de VVD een belangrijke schakel in de algemene sportstimulering.

Ook voor de sportvoorzieningen dient een onderhoudsschema aan de Raad te worden aangeboden. Renovaties zullen op hun waarde worden bekeken, maar uitgebreide (ver)nieuwbouw zal goed en duidelijk dienen te worden onderbouwd.

Om paracommerciële activiteiten te voorkomen zijn in de clubhuizen en sportkantines alleen activiteiten toegestaan die nauw samenhangen met de sportuitoefening.

6. SOCIALE VOORZIENINGEN/MAATSCHAPPELIJKE AANGELEGENHEDEN EN VOLKSGEZONDHEID. 

6.1 Sociale voorzieningen.

Inkomensbeleid is rijksbeleid. Op grond van de Nieuwe Algemene Bijstandswet (straks Wet Werk en Inkomen) zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het verstrekken van een bijstandsuitkering aan die inwoners, die om uiteenlopende redenen niet in staat zijn een eigen inkomen te verwerven. Aanvullend hierop kan in bepaalde gevallen bijzondere bijstand worden verleend. Door de opeenstapeling van allerlei financiële regelingen en subsidies ten behoeve van burgers met weinig draagkracht bestaat het verschijnsel van de armoedeval.

De VVD is echter géén voorstander van algehele gemeentelijke inkomenspolitiek. Dat is geen gemeentelijke taak.

Het krijgen van een baan en het daarmee gepaard gaande verlies van aanspraak op allerlei inkomensondersteunende maatregelen leidt in veel gevallen niet tot verhoging maar zelfs tot verlaging van het netto besteedbaar inkomen. Om die reden moet zeer zorgvuldig met de vele mogelijkheden van de bijzondere bijstand worden omgegaan. De beste sociale voorziening is immers een betaalde baan. Sociale zekerheid moet geen vangnet zijn, maar een trampoline! De VVD vindt dat prestatieafspraken over de uitstroom onderdeel van beleid moeten zijn. De VVD gaat uit van het motto: “Maak werk van je uitkering”. Mensen met een uitkering moeten veel strenger op hun eigen verantwoordelijkheid worden aangesproken.

Uitgangspunt is dat mensen in hun eigen levensonderhoud voorzien. De hoogte van de uitkering wordt afgestemd op het getoonde verantwoordelijkheidsbesef.

Kwijtschelding van schulden en schuldsaneringstrajecten kunnen in individuele gevallen deel uitmaken van het aanvullende gemeentelijke minimabeleid.

Cliënten hebben recht op heldere informatie over wettelijke en gemeentelijke regels inzake het bijstandsbeleid. De gemeente voert een actief voorlichtingsbeleid.

Fraude en misbruik van de sociale zekerheidsvoorzieningen moeten actief door de gemeente worden bestreden onder meer door koppeling van databestanden en door het consequent toepassen van sancties.
De Gemeenteraad beoordeelt op basis van rapportages de effectiviteit en ziet toe op de privacybescherming van de cliënten.

Voor sommige burgers blijft de afstand tot de arbeidsmarkt definitief te groot. Via een beleid van sociale activering kan voor langdurig werklozen de maatschappelijke participatie worden verhoogd en een sociaal isolement worden doorbroken of voorkomen.

Hierbij kan vrijwilligerswerk een grote rol spelen. Als blijkt dat er onvoldoende activiteiten zijn of worden ontplooid om zelfstandig inkomsten te verwerven, dienen de wettelijk beschikbare sanctiemogelijkheden ten volle te worden benut en dient het sanctiebeleid ook strikt te worden gehandhaafd.

6.2 Kinderopvang.

In een samenleving waarin arbeidsplaatsen steeds evenwichtiger verdeeld moeten worden tussen mannen en vrouwen, vormt kinderopvang een belangrijke voorziening. De VVD is van mening dat de gemeente een rol moet spelen bij het oplossen van knelpunten die het moeilijk maken arbeid en zorgtaken te combineren. Kinderopvang is en blijft echter primair de verantwoordelijkheid van de ouders. Dit neemt niet weg dat werkgevers en werknemers in gezamenlijk overleg faciliteiten kunnen scheppen om de kinderopvang te vergemakkelijken. In de Wet Basisvoorziening Kinderopvang zijn kwaliteitseisen en de wijze van financiering vastgelegd. De gemeente dient erop toe te zien dat aan de vereiste randvoorwaarden voor opvang wordt voldaan. De kinderopvang maakt onderdeel uit van het integraal lokaal jeugdbeleid.

6.3 Jongeren.

Met verreweg de meeste jongeren in Nederland gaat het goed. Jongeren met wie het goed gaat, verdienen ook onze aandacht. Zij vormen een belangrijke groep en dienen gestimuleerd te worden in hun verdere ontwikkeling en ontplooiing. Voor sommige jongeren is extra aandacht en begeleiding noodzakelijk en gewenst. Ouders en verzorgers zijn en blijven wel in eerste instantie zélf verantwoordelijk voor de opvoeding en het gedrag van hun kinderen. Scholen en verenigingen spelen daarbij een aanvullende rol. Initiatieven om ouders te helpen bij hun opvoedingstaak dienen te worden gestimuleerd.

De gemeente maakt actief gebruik van HALT-projecten om jongeren te confronteren met de gevolgen van de gepleegde strafbare feiten. Met politie en justitie worden meerjarenafspraken gemaakt over de toepassing van HALT-projecten.

6.4 Senioren.

De senior van nu is niet de bejaarde van 20 jaar geleden. Werd de oudere toen min of meer weg gestopt in een bejaardenoord, de senior van nu is mondiger en vitaler ten opzichte van toen. De seniore wil zolang mogelijk zelfstandig in de eigen omgeving blijven wonen. Het beleid van de gemeente moet erop gericht zijn om deze vitaliteit te stimuleren.

De VVD stelt de verantwoordelijkheid van ouderen voor zichzelf voorop. De overheid dient er zorg voor te dragen dat ouderen die eigen verantwoordelijkheid ook kunnen nemen. Dit betekent een regionaal adequaat woningaanbod, een veilige woonomgeving met voor ouderen bereikbare voorzieningen met voldoende zorgplaatsen.

Voor de gemeentelijke samenleving kan de kennis en ervaring van senioren ook worden overgedragen via een ouderen- of seniorenraad en/of door ouderen te laten adviseren over en invloed uit te laten oefenen op lokaal beleid.

Door de instelling van het PersoonsGebondenBudget (PGB) kunnen ouderen zelf beslissen waar zij de zorg inkopen, waarvoor zij geïndiceerd zijn. Dit biedt hen ook de mogelijkheid om langer in hun eigen woonomgeving te blijven. Aan nieuwe woonvormen in woonzorgzones moet de ruimte worden geboden.

Afstemming met het ruimtelijke-ordeningsbeleid is hierbij van belang. In het woningaanbod moet ook nadrukkelijk rekening worden gehouden met de wensen van ouderen. De VVD is voorstander van aanpasbaar bouwen; daarbij moet het bouwen van levensloopbestendige woningen ook tot de mogelijkheden behoren.

Openbare gebouwen, recreatie-, sport- en groenvoorzieningen en openbaar vervoer dienen toegankelijk en bruikbaar te zijn voor ouderen.

6.5 Gehandicapten.

Ook voor mensen met een geestelijke en/of lichamelijke handicap is het streven dat zij zo zelfstandig mogelijk functioneren en actief kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven door persoonsgebonden aanpassingen. Hiervoor dienen de WVG-gelden zo goed en zo veel als mogelijk is te worden ingezet. Een en ander zonodig in overleg met de regiogemeenten.

Openbare gebouwen, recreatie-, sport- en groenvoorzieningen dienen goed toegankelijk en bruikbaar te zijn voor gehandicapten. Binnen de gemeente moet worden gezorgd voor veilige doorgangsroutes voor (lichamelijk) gehandicapten.
De gemeente zorgt voor aangepast vervoer, waar nodig in regionale samenwerking.
Bij toekomstige bebouwingen en renovaties van bestaande woningen dient
-waar mogelijk- standaard aanpasbaar te worden gebouwd. Ook dient het aanbrengen van liften en andere - voor gehandicapten noodzakelijke voorzieningen - te worden gestimuleerd.

De gemeente voert hierover structureel overleg met de woningbouwcorporatie De Woonschakel.

6.6 Integratie.

Integratie is een noodzakelijke voorwaarde voor een gezonde samenleving. Het is primair een taak van de rijksoverheid. De Gemeente voert het beleid uit en moet ervoor zorgen dat migranten hun draai vinden in de Nederlandse maatschappij.

De gemeente draagt zorg voor inburgering van nieuw- en oudkomers. Van de migranten mag worden verwacht dat zij de kernnormen en –waarden van de Nederlandse samenleving onder-schrijven. Deze zijn:

  • gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen;
  • gelijkwaardigheid van homo’s en hetero’s;
  • scheiding van kerk en staat;
  • vrijheid van het individu.

De VVD is van mening dat eenieder – zowel de Nederlandse overheid als de burgers – aan de oud- en nieuwkomers duidelijk moet maken wat de grondregels zijn en waarom deze belangrijk zijn.

Liberalen vinden culturele diversiteit een groot goed, maar er zijn grenzen aan wanneer het belang van het individu of de openbare orde dit vereist.

Integratie is pas geslaagd als een migrant (oud en nieuw) goed geïntegreerd is. Dit betekent dat hij of zij actief meedraait in onze samenleving en de Nederlandse taal spreekt, werk heeft, belasting betaalt, stemt, zich houdt aan de Nederlandse wet, kinderen naar school stuurt en loyaliteit toont aan de Nederlandse staat, die hem of haar heeft opgenomen.

Een extra teken dat integratie is gelukt kan blijken uit een grote en actieve participatie van allochtonen in het vrijwilligerswerk, o.a. ook bij de sportverenigingen.

6.7 Gezondheidszorg.

De VVD is van mening dat het uitgangspunt dient te zijn dat burgers zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen gezondheid. 

De VVD vindt dat de nadruk bij het gemeentelijk beleid dient te liggen op preventie in aanvulling op het rijksbeleid.
De VVD vindt dat in het belang van onze inwoners het College erop toe moet zien dat de beschikbaarheid, de toegankelijkheid en de kwaliteit van lokale en regionale eerste- en tweedelijns gezondheidszorg worden gewaarborgd.

6.8 Vrijwilligers.

Vrijwilligers spelen een wezenlijke rol in de samenleving, maar zijn steeds moeilijker te vinden. Om die reden dient de gemeente een vrijwilligersbeleid te ontwikkelen. Voor activiteiten op dit terrein kan een reële onkostenvergoeding worden toegekend eventueel met behoud van de uitkering. Ook scholing van vrijwilligers dient te worden aangeboden.

6.9 Speeltuinen.

Hoewel er in 2005 een speeltuinennota is uitgegeven, is de VVD van mening dat deze nota niet geheel voldoet aan de wensen van de inwoners. Uit diverse gesprekken is gebleken dat er grote behoefte bestaat aan juist de kleinere speeltuintjes voor kinderen in de leeftijd tot 5 jaar. De VVD is dan ook van mening dat in de komende periode gekeken moet worden op welke plekken deze speeltuintjes kunnen worden opgezet. Hierbij denkt de VVD in eerste instantie aan in totaal 10 voorzieningen verdeeld als volgt: Lutjebroek 2, Grootebroek 4 en Bovenkarspel 4.

7. MILIEU, LEEFOMGEVING EN WATER.

Een goed milieu is van belang voor onze gezondheid. In een goed milieu is het plezierig leven. Daarom vindt de VVD dat er gewerkt moet worden aan een goed milieu. Het gemeentelijk milieubeleid dient zich te richten op inpassing van alle milieuaspecten op het terrein van (oppervlakte)water, bodem, lucht, geluid en energiegebruik. Dat betekent derhalve een integrale afweging tussen al deze aspecten met als doel een zo groot mogelijke veiligheid en het voorkomen van risico's.

Bedrijven die uit milieuoogpunt of anderszins gevaar opleveren, horen niet in woonwijken. Wel dient bij het opstellen van (nieuwe) bestemmingsplannen rekening te worden gehouden met de reeds bestaande bedrijven die mogelijk gevaar of overlast kunnen veroorzaken voor de (toekomstige) bewoners.
Handhaving van de milieueisen geschiedt door een deskundig opsporingsapparaat in samenwerking met de milieupolitie. Klachtenmelding en -afhandeling zijn daarbij een voorwaarde.
De eigen verantwoordelijkheid betreffende het milieu van burgers, beheerders van gebouwen en terreinen en specifieke gebruikers van openbare ruimten wordt gestimuleerd.

7.1 (Huishoudelijk) Afval.

De afvalstoffenheffing dient in beginsel kostendekkend te zijn en dient ook tegen dit kostendekkende tarief aan onze inwoners te worden doorberekend. Ter stimulering van de eigen verantwoordelijkheid heeft het hanteren van een gedifferentieerd tarief de voorkeur,

onder het motto ‘de vervuiler betaalt’. Dit mag echter niet leiden tot per saldo hogere kosten of ongewenste neveneffecten als illegale stort.

7.2 (Oppervlakte) water.

Bij alle ontwikkelingen, maar met name bij bouwlocaties, dient rekening te worden gehouden met de kwaliteit en de bergingscapaciteit van het water. Bij de ontwikkeling van bouwlocaties dienen gescheiden watersystemen, voor zowel water voor als na (her-)gebruik (vuilwatersysteem), uitgangspunt te zijn.

7.3 Riolering.

In overleg tussen de gemeente en het water- of zuiveringsschap moet een afweging plaatsvinden tussen de te nemen maatregelen, het milieurendement en de kosten. Het Gemeentelijk Riolerings Plan is hiervoor een goede basis.

Het rioolrecht moet in ieder geval op termijn kostendekkend zijn. De kosten van het rioolstelsel dienen rechtvaardig verdeeld te worden. Tariefdifferentiatie kan daartoe bijdragen.

7.4 Bodem.

Bodemverontreiniging is nog altijd een ernstige bedreiging. Naast preventie blijft systematische aanpak van vervuilde terreinen noodzakelijk.
Bodemsanering in woonwijken hoeft niet alleen door overheidsinstanties te geschieden. De VVD is voorstander van marktconform milieubeleid. Hierbij kan ook gedacht worden aan bedrijven en particulieren die gronden en woningen verwerven, saneren en daarna verkopen.

7.5 Openbaar Groen.

Binnen de gemeente Stede Broec is veel openbaar groen aanwezig. De VVD is van mening dat dit zo veel als mogelijk is in stand gehouden dient te worden en daar waar mogelijk mag worden uitgebreid. Daarom dient er een zorgvuldige afweging te worden gemaakt omtrent eventuele inbreibouwplannen: bebouwen of groen, waarbij de voorkeur van de VVD is: groen, tenzij………… Wel dient het openbaar groen zodanig van opzet te zijn dat er geen vrouwonvriendelijke situaties ontstaan en er geen onveiligheidsgevoelens ontstaan. Dit betekent dus voldoende licht en doorzicht.

8. RUIMTELIJKE ORDENING EN VOLKSHUISVESTING.

Ruimte in Nederland is een schaars goed. Het is daarom van belang om de beschikbare ruimte zo doelmatig mogelijk over de verschillende functies te verdelen. De belangrijkste taak van de gemeente in deze is ontwerp en vaststelling van structuur- en bestemmingsplannen.  Structuurplannen kunnen tevens gehanteerd worden bij een integraal gebiedsgericht beleid voor delen van de gemeente. Een vastgesteld bestemmingsplan biedt bovendien rechtszekerheid aan burgers, bedrijven en instellingen. Deze plannen dienen wel regelmatig onderzocht te worden of zij nog voldoen aan de inzichten zoals die dan opgeld doen.

8.1 Wonen.

De VVD wil bij de invulling van nieuwbouwlocaties bevorderen dat er

  • meer aandacht komt voor innovatieve stedenbouwkundige concepten;
  • duurzaam en milieubewust gebouwd wordt (o.a. zonnepanelen);
  • meer rekening wordt gehouden met de woonwensen van kopers (meer diversiteit);
  • in de huursector naast betaalbare woningen in de sociale sector ook wordt gebouwd voor het duurdere segment;
  • met alle groepen rekening wordt gehouden.
De VVD vindt dat juist in de komende bestemmingsplannen mogelijkheden bestaan om met alle groepen rekening te houden zoals dat nu wordt gedaan in Oosterweed.  

De VVD vindt dat er naast de grootschalige bouwlocaties in structuur- en bestemmings- plannen waar mogelijk moet worden ingezet op kleinschalige locaties, waarin huizen worden gebouwd met een eigen identiteit (vrije kavels/inbreilocaties).

8.2 Bereikbaarheid

Bij het uitvoeren van (grootschalige) infrastructurele projecten vindt de VVD dat de gemeente zich loyaal dient op te stellen. Bereikbaarheid is van groot belang voor de economie maar ook voor de leefbaarheid. Hierbij dient wel rekening te worden gehouden met voldoende inpassingsmaatregelen teneinde te voldoen aan geluids-, geur- (voor zover deze hanteerbaar zijn) en overige emissienormen.

9. FINANCIËN.

 Financiën zijn samen met rechtmatigheid en doelmatigheid begin- en eindpunt van het gemeentelijk beleid. Door decentralisatiemaatregelen wordt veel – gewenst - rijksbeleid gefinancierd door of via de gemeentekas. Uitgaven bij deze beleidsterreinen behoren daarmee tot de autonomie van de gemeente. Toevoeging van deze rijksmiddelen aan de algemene uitkering is dan ook een vereiste. Binnen deze context van de externe financiering past voor de gemeente een grote eigen verantwoordelijkheid voor de eigen belastingmiddelen. Het grote belang daarvan maakt dat steeds kritischer wordt gekeken naar de totale gemeentelijke lastendruk.
Ombuigingen en verhoogde efficiency dienen voor te gaan op lastenverhoging(en).

Een verantwoord financieel beleid is voor de VVD de basis voor het totale gemeentelijk beleid. Dit beleid stoelt op een reële sluitende begroting met een gezonde reservepositie, een tijdig opgestelde rekening en een overzichtelijk meerjarenperspectief.
Het voeren van een eigen (gemeentelijke) politiek met betrekking tot het inkomen is voor de VVD uit den boze.

9.1 Tarieven en belastingen.

Matiging van belastingen is zeer gewenst en in principe moeten de belastingen en tarieven trendmatig worden aangepast om schokeffecten te voorkomen. De VVD denkt hierbij aan een maximum verhoging op basis van het CBS inflatiepercentage, echter alleen indien dit ook echt noodzakelijk is. Wel is de VVD van mening dat de gevolgen van gewijzigde rijksbijdragen inzichtelijk moeten worden gemaakt. Zeer zeker wanneer dit rijksbeleid leidt tot een lagere uitkering uit het Gemeentefonds en dus leidt tot hogere gemeentelijke belastingen, tarieven en leges.

De VVD is van mening dat in 2005 de Onroerende Zaak Belasting (OZB) ten onrechte is verhoogd en zij wil het gehanteerde tarief naar beneden bijstellen. Bij een hertaxatieronde dient het tarief zodanig te worden aangepast dat de individuele aanslag daar minimaal onder lijdt. In ieder geval zal de VVD de komende jaren uiterste terughoudendheid betrachten bij de verhoging van de Onroerende Zaak Belasting.

Gespreide betaling van de gemeentelijke aanslag in 10 termijnen dient in stand te blijven.
Tarieven en retributies dienen in principe kostendekkend te zijn. Echter ook hier denkt de VVD aan een maximale stijging ter grootte van het inflatiepercentage.

***